Diep in de Andes van Peru , aan de rand van de Amazone ligt een klein Quechua dorp. De vrouwen in dit dorpje weven de prachtigste shawls van Baby Alpaca. Verven, spinnen en weven gebeurt nog volledig op de traditionele manier. 
 
De allereerste stap is het schoon maken van de wol om gesponnen te kunnen worden tot garen. 
Alpacawol bevat vrijwel geen vet. Het met de hand verwijderen van vuil, takjes, zaadjes, blaadjes en plantenresten is dan ook vaak voldoende.
 
Stap twee is het verven. Traditioneel wordt er in de bergdorpen zoals Bombón gekookt op een houtvuur in een grote pan.
 
 
De wol wordt samen met natuurlijke verfstoffen gekookt. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld
  • fijngesneden Chillkabladeren voor een groene tint
  • Molle voor een gele tint
  • bloemen zoals Kiku voor een gele tint
  • Cochenille (gedroogde en gemalen schildluis )voor de rode tinten
  • Nogal (walnoot ) voor een bruine tint en
  • de bladeren van K’ucho of Kinsa voor een turkoois-groene kleur.
De vrouwen werken uitsluitend op basis van ervaring en gevoel. Door het water met de plantendelen in de pan te bestuderen, weten ze of het vuur wat hoger gestookt moet worden of juist niet. Of dat ze extra wortels of bladeren moeten toevoegen om de kleur intenser te maken.
 
Als de kleur goed is wordt de wol uit het verfbad gehaald, afgekoeld  en daarna uitgespoeld in het riviertje van Bombón. De Families in dit dorpje hebben geen stromend water. De wol is schoon zodra er geen gekleurd water meer vanaf komt.
 
Spinnen
Na het verven en drogen wordt de wol handmatig in de juiste dikte gesponnen voor het weven van de prachtige shawls.
 
spinnen van geverfde alpaca wol
 
In het volgend blok wordt het traditionele weven uitgelegd.
 
 
 
 

 

Sharing is caring